Visie Staatssecretaris van VWS

op Cliëntondersteuning

Bron: Overzicht & achtergronden van enkele kabinetsmaatregelen en beleidsstukken voorjaar en zomer 2011 - LPGGz

Eind juni heeft de staatssecretaris van VWS (mede namens de staatssecretarissen De Krom (SZW) en Teeven (VenJ)) een visiebrief op cliëntondersteuning uitgebracht. Het betreft een visie op hoofdlijnen die het komend half jaar nader ‘verkend en uitgewerkt’ zal worden in overleg met gemeenten/VNG, MEE-organisaties en cliëntenorganisaties. Enkele elementen uit deze brief:

  • Het kabinet streeft naar een geïntegreerde cliëntondersteuning, dat wil zeggen cliëntondersteuning die onderdeel uitmaakt van het primaire proces. Voorbeelden zijn het arbeidsdomein waar gemeenten en UWV ook een ondersteunende functie hebben of de intramurale zorg, waar vertrouwenspersonen en maatschappelijk werkers binnen de instelling een ondersteunende functie hebben. De staatssecretaris verwijst hier ook naar de WMO-gedachte en de filosofie van de Kanteling. In deze visie op cliëntondersteuning zijn aparte loketten voor cliëntondersteuning of ‘separate organisaties buiten het systeem’ niet meer nodig. (De staatssecretaris lijkt hiermee afscheid te nemen van het idee van onafhankelijke cliëntondersteuning).
  • Naast geïntegreerde cliëntondersteuning wil de staatssecretaris een integrale cliënt-ondersteuning die zich richt op alle levensterreinen. Ook hier is een verwijzing naar de Kanteling.
  • In de beschrijving van de huidige cliëntondersteuning staat over de ggz alleen vermeld: ‘Met de inwerkingtreding van de WMO zijn ook de subsidiemiddelen voor de steunpunten ggz overgeheveld naar het Gemeentefonds.’ De staatssecretaris maakt geen melding van de achterstandspositie van de ggz.
  • De staatssecretaris constateert dat gemeenten volgens de WMO verantwoordelijk zijn voor de cliëntondersteuning, maar niet beschikken over de middelen die MEE krijgt voor cliëntondersteuning gehandicapten. Ze wil nu gemeenten stap voor stap meer zeggenschap geven ‘over de capaciteit en deskundigheid/middelen van de MEE-organisaties’. Gemeenten kunnen cliëntondersteuning dan integraal gaan vormgeven voor alle doelgroepen. ’ Het eindperspectief is dat gemeenten volledige zeggenschap hebben over het budget voor cliëntondersteuning en zelf kunnen besluiten of ze dat budget bij MEE of op een andere manier besteden. Passages hierover in de beleidsbrief zijn overigens heel voorzichtig geformuleerd. Er is nog geen stappenplan of tijdspad voor deze decentralisatie van cliëntondersteuning.
  • Zoals gezegd wordt deze visie de komende tijd uitgewerkt met aandacht voor de fasering, het tijdpad en verschillende doelgroepen. In overleg met de VNG en in samenspraak met andere ministeries zal gekeken worden welke ondersteuning het Rijk gemeenten moet bieden bij de implementatie.
  • De staatssecretaris wil ook nog met MEE en de VNG kijken welke rol MEE kan vervullen bij de invoering van diverse maatregelen uit het Regeerakkoord. Te denken valt aan de decentralisaties op het gebied van begeleiding, werk en jeugdzorg.

Meer informatie: opent in een nieuw venster Visiebrief VWS op clientondersteuning (.pdf)